Capra Artistica
Capra Artistica is een collectief van vrouwelijke kunstenaars uit het noorden, ontstaan tijdens de studie aan de Kunstacademie Friesland. Eigengereid, sober, met beide benen op de grond en het hoofd in de wolken zijn kenmerken van het gezelschap. Artistiek gezien zijn de kunstenaars veerkrachtig en veelzijdig. Als het even kan herkauwen ze materialen, vormen, werken, thema’s, met soepele behendigheid. Creatieve, eigenzinnige duurzaamheid. Ieder van hen kan goed zelf de weg naar nieuwe grazige weiden vinden, ze genieten vooral van het gezamenlijk optrekken en de wederzijdse inspiratie.
Over de kunstenaars:
Annemieke Bron (1979)
Annemieke neemt katoen en linnen alsnuitgangspunt en laat roest, zuren en tanines hun werk doen. Kleur die niet gekozen, maar ontstaan is. Haar ruimtelijke werken, soft-sculptures, doorbreken de veronderstelling dat een sculptuur hard en koud moet zijn. Textiel nodigt uit tot aanraking, roept associaties op met warmte en nabijheid. Centraal in haar praktijk staat de vraag hoe verschuivingen in waarden en visies door de tijd altijd een onderliggend patroon bewaren.
Gitta Overmaat (1952)
Gitta benadert haar werk als een zoektocht naar de essentie van onze identiteit, in het bijzonder de identiteit van spiegeltweelingen. Uitgangspunt vormt haar fotoarchief. Elke foto draagt een verhaal in zich, dat zij in combinatie met andere foto’s transformeert tot een nieuw verhaal. Haar digitale fototechniek ziet zij als schilderen met foto’s. Haar werk is een uitnodiging aan de kijker om de relatie met zichzelf en de ander te onderzoeken.
Poldy Koot (1970)
Poldy heeft een grote fascinatie voor de mens en voor verschillende culturen. In haar werk onderzoekt zij hoe persoonlijke ervaringen zich verhouden tot universele patronen en verhalen. Niet de verschillen tussen mensen staan centraal, maar juist de overeenkomsten: wat ons verbindt, over tijd en cultuur heen. Schilderkunst, pulpsculpturen en draadobjecten vormen samen een beeldtaal waarin het fragiele en het aardse, het persoonlijke en het collectieve in melkaar grijpen.
Wieteke van der Molen (1975)
Wieteke gebruikt ‘wat over is’ als drager voor haar werk. Krantenpapier, verpakkingsmateriaal, restproducten die anders worden weggegooid. Wat onaanzienlijk is wordt drager van betekenis. Transparante, kleurrijke schilderingen als gebrandschilderd glas, maar dan oprolbaar, draagbaar. Het steeds veranderende zonlicht brengt haar portretten tot leven en houdt de aandacht vast, terwijl buiten het raam de wereld raast. Dat wat aan het licht wordt gebracht wordt licht.
Annemarie Rietveld (1973)
Annemarie onderzoekt hoe vorm ontstaat waar groei en begrenzing elkaar raken. Geïnspireerd door microscopische structuren, zoals foraminiferen, laat zij zien hoe eenvoudige regels leiden tot complexe vormen. Wat op kleine schaal gebeurt, zet zich voort in grotere structuren. Haar werk maakt zichtbaar hoe ordening ontstaat. Niet ondanks grenzen maar juist dankzij grenzen. In het spanningsveld tussen alles en iets ontstaat een plek van potentie, waarin de relatie tussen mens en de wereld steeds opnieuw vorm krijgt.
Dineke de Haan (1955)
Dineke is gefascineerd door vormen van licht, contrast en schaduwen. Haar werk beweegt zich op verschillende terreinen, waaronder fotografie en conceptuele kunst. Ze vertrekt niet vanuit vorm, maar vanuit een gedachte die ze wil delen met de kijker. Hier kan de kijker vervolgens een eigen betekenis aan geven.
Bekijk hier de fotografie en videos